Winnaar NHG-Wetenschapsprijs 2018 bekend

Huisarts-onderzoeker Sander van Doorn deed met zijn collega’s opmerkelijke bevindingen over atriumfibrilleren: bij screenen op hartfalen blijkt NT-pro-BNP niet zinvol in de huisartsenpraktijk. Van Doorn pleit ervoor om bij alle patiënten met atriumfibrilleren echocardiografie te overwegen.

Op 30 mei is bekend geworden dat huisarts-onderzoeker Sander van Doorn de NHG-Wetenschapsprijs 2018 heeft gewonnen als eerste auteur van een artikel in het BMJ-tijdschrift Heart. Van Doorn neemt zijn prijs in ontvangst op de NHG-Wetenschapsdag op 8 juni 2018. De jury waardeert de kwaliteit van het onderzoek en de praktisch toepasbare uitkomsten. Juryvoorzitter Ivo Smeele, hoofdredacteur van Huisarts & Wetenschap: ‘Het onderzoek laat zien dat het gebruik van NT-pro-BNP geen toegevoegde waarde heeft bij het screenen op hartfalen (HF) bij patiënten met atriumfibrilleren (AF) en dat bij AF directe inzet van echocardiografie de voorkeur heeft. Door dit onderzoek weten huisartsen beter hoe ze hartfalen bij patiënten met atriumfibrilleren het beste kunnen diagnosticeren.’

Grote databases

Jurylid Lidewij Broekhuizen: ‘Ik vind het vooral mooi dat ze grote databases met individual patiënt data (IPD) van eerstelijnsonderzoeken gepoold hebben. Dat maakt de betrouwbaarheid groter. Dat is ook een beetje de toekomst van huisartsgeneeskundig onderzoek: niet opnieuw een grote trial uitvoeren, maar gebruikmaken van bestaande data.’

Winnaar Sander van Doorn noemt ook deze meerwaarde van IPD en bestaande data: ‘We hadden niet alleen de samenvattingen van de vier gebruikte onderzoeken, maar de originele data. Daardoor konden we de groep met AF er specifiek uitlichten. Door bestaande data te gebruiken, kunnen veel meer vragen worden beantwoord.’

Altijd een echo

Behalve de feestelijke prijsuitreiking in Nederland mag de winnaar van de NHG-Wetenschapsprijs ook via het NHG naar de conferentie van de North American Primary Care Research Group (NAPCRG) in Chicago in november 2018. Wat gaat Van Doorn zijn internationale collega’s vertellen?

Van Doorn: ‘Mensen met AF hebben vaak HF, vaak onontdekt. Uit ons onderzoek blijkt echter dat je HF met de gangbare bloedtest niet goed in beeld krijgt. Dat is belangrijk voor ons huisartsen: de kwetsbare patiënt wil liever niet naar het ziekenhuis, een bloedtest via de huisarts is laagdrempeliger. Toch zou je voor alle patiënten met AF eenmalig een echo moeten overwegen. Dat gold al voor cardiologen. Maar ook in de huisartsenpraktijk, blijkt nu uit ons onderzoek.’

Laat huisarts AF managen

Van Doorn: ‘Ik denk zelfs dat je diagnostiek bij AF veel breder moet zien dan alleen HF. AF is slechts een symptoom, en patiënten hebben niet alleen vaak HF, maar mogelijk ook veel bredere multimorbiditeit. Zij worden dan ook vaak in het ziekenhuis opgenomen, niet alleen voor het hart maar ook voor een infectie of kanker. Een cardioloog managet vaak alleen de cardiale ziekten; de huisarts is bij uitstek de integrale-zorgexpert die de patiënt als geheel overziet. Want AF is vaak een symptoom van onderliggende multimorbiditeit.’

Nog veel werk aan de winkel dus voor Van Doorn, die naast zijn werk als huisarts zijn onderzoek naar AF bij het Julius Centrum van UMC Utrecht voortzet.